Skip links

Waarom ik na 33 jaar nu toch ben beginnen sporten

’t Is gebeurd. Na 33 jaar van halfslachtige pogingen om een sport te vinden die bij me past, heb ik de voorbije week vier uur in een fitnesszaal doorgebracht. En dat terwijl ik mezelf begin dit jaar nog had voorgenomen om weliswaar te bewegen, maar nooit of te nimmer zou dát gebeuren in een fitnesszaal.

Maar het zit zo: het magazine waar ik voor werk, zocht redacteurs die een maand lang gezonder wilden gaan leven en daar een verslagje over wilden maken. Nu heb ik qua gezondheidsrituelen al wel één en ander op mijn palmares: detox-sapjes, koken à la Pascale Naessens, elke ochtend lauw water met citroen, een cursus mindfullness en yoga, drie keer per week in mijn infraroodsauna… Het enige wat ik nog níet systematisch deed, was écht bewegen – en dan bedoel ik meer dan ’s morgens mijn kinderen te voet naar school brengen. Spieren kweken, conditie trainen, sporten met een doel voor ogen – dat was me in die 33 jaar nog nooit gelukt.

En dus besloot ik de uitdaging aan te gaan: ik ga een maand lang fitnessen mét begeleiding. Dat laatste was heel belangrijk voor mij, want al mijn pogingen om mij immobiele lichaam in gang te trekken in het verleden hebben uitgewezen dat ik zonder een coach aan de zijlijn een vogel voor de kat ben. Start-to-apps waar je zelf mee aan de slag moet, op eigen houtje wat gaan zwemmen en zelfs groepslessen pilates waar ik ergens achteraan in de zaal op een mat lig te klungelen zonder dat iemand het opmerkte: ik haatte het, het voelde niet goed en dus gaf ik na enkele keren al op.

Dé succesfactor wordt deze keer een coach die mijn slechte houding en eeuwige holle rug corrigeert, die zich naast me op de mat legt om mee oefeningen te doen en een trainingsschema op maat maakt. Een schema dat erop gericht is mijn (buik)spieren te versterken, mijn bekken te sparen en mijn conditie te verbeteren. Kilo’s verliezen of een wasbordje kweken hoeft niet, ik wil gewoon bewegen om in vorm te geraken.

Dat laatste zal nog wel even duren denk ik – ik heb spieren in mijn lichaam gebruikt waarvan ik niet wist dat ik ze had, en dat voelde ik de dag nadien meteen. Maar ik vond het tegen alle verwachtingen in oprecht leuk om mijn lichaam te voelen rekken en strekken zonder het uit te putten. Ik heb ontdekt dat roeien en fietsen makkelijke, bijna meditatieve bewegingen zijn die je best lang kunt volhouden. En alle spieroefeningen doe ik traag en bedachtzaam – zeg maar gerust op bomma-tempo – zodat ik zeker niks forceer. Fitness hoeft niet te betekenen dat je kapotgaat van de inspanning, merk ik nu. Het gaat om het plezier te voelen van bewegen, van een uurtje sporten te zien als me-time. Al heb ik voorlopig na mijn uurtje fitness nog een uurtje me-time in mijn sauna nodig, kwestie van die spieren die al jaren rustig lagen te slapen en nu opgeschrikt worden, alsnog wat rust te geven 😉